| dinsdag 18 april 2006 |
Dagboek Johan Slembrouck |
|---|---|
Wilfried Martens.De memoires, Luctor et emergo. Wilfried Martens, geboren te Sleidinge op 19 april 1936 was premier van negen Belgische regeringen tijdens de periode van 1979 to 1991. Tevens was hij Europarlementslid voor de CVP en nog steeds voorzitter van de EVP. Voor zijn verdienste voor de Europese Unie werd hem op 25 juni 1998 in Spanje de Karel V-Prijs overhandigd. Vandaag de dag vóór zijn 70ste verjaardag publiceert hij zijn memoires. Zijn laatste woord over de staatshervorming, het herstelbeleid, de Voerkwestie, de abortuskwestie en nog veel meer sleutelmomenten uit zijn dertig jaar lange politieke carrière. Ik ga hier niet zijn loopbaan belichten, daarvoor is het boek de ideale bron. Alleen wou ik enkele speciale, meestal ongekende feiten aanhalen die een ander licht werpen op de persoon Martens. Tijdens zijn jongere jaren was Martens voorzitter van het Vlaams Jeugdcomité voor de Wereldtentoonstelling en later samen met Hugo Schiltz actief in de Vlaamse Volksbeweging. Hij was de man die na een Vlaamse betoging in Wezembeek-Oppem riep: "Geef ons wapens...". De man die mee opstapte aan het hoofd van de Vlaamse Marsen op Brussel. Het is in die tijd dat hij reeds dacht aan zijn persoonlijke carrière door op dat ogenblik te kiezen voor de toen unitaristische CVP in plaats van de federalistische Volksunie, die hem niet het deelnemen aan de macht kon aanbieden. Uiteindelijk belandde hij bij het unionistisch federalisme. “De communautaire evolutie baart me zorgen”, zegt hij. “Er is niet alleen een radicalisering in de hoofden, vooral ook ben ik bezorgd omdat sommigen in de huidige Vlaamse politieke generatie nieuwe hervormingen vooropstellen zonder vooraf uitgewerkte strategie of doel. Vlaanderen vaart op die manier naar een haven die het niet kent en wie dat doet, is – naar het woord van Seneca – bij voorbaat verloren.” Een ander opmerkelijk feit is het einde van zijn regering Martens VI. In een interview met Mark Schaevens in Humo van 24 augustus 2004 verklaart hij het volgende: "In oktober 1987 waren we weer eens vastgelopen in een crisis over de Voerstreek. Op een prachtige nazomerdag ontving de koning me in het park van Laken. Gespreksonderwerp: moesten er verkiezingen komen of niet? Jean-Luc Dehaene werkte nog aan een oplossing voor de Voer, ook de PSC'ers hebben nadien gezegd dat de toestand niet helemaal geblokkeerd zat. Maar Boudewijn, zo bleek toen in het park, wou absoluut verkiezingen. De vraag is of dat een correcte beslissing was. Boudewijn had toen van sommige Franstalige politici onwaarschijnlijkste dingen te horen gekregen. Hij was bevangen door een walging - hij was geécoeureerd, ja, dat is het juiste woord. Een PSC-minister, is me verteld, is toen na een gesprek met Boudewijn lijkbleek op zijn kabinet teruggekeerd. Want Boudewijn kon scherp zijn, hé? En bij de PSC was toen elke redelijkheid zoek. Je moet toch zot zijn om je lot te verbinden aan die onnozelaar Happart? Boudewijn heeft decennialang crisis na crisis beleefd, en heeft van de Belgische politici de meest extravagante dingen moeten horen daar in zijn Paleis - 'Ik ben op', zou hij mij enkele jaren later zeggen - maar die keer was het hem te ver gegaan. Ik zag dat hij woedend was. En - dat is dan mijn verantwoordelijkheid - ik deelde zijn impulsieve walging, ik was die Voer-discussies ook kotsbeu, en ben vrij vlug in zijn redenering getreden,zeggende: 'Laten we hier een streep onder trekken. Met Wathelet, Maystadt, Deprez en consorten kan je niks meer ondernemen'. [...] Maar Happart was in die crisis, zoals andere keren, natuurlijk maar een alibi. Er zat veel meer achter de onverzettelijkheid van de PSC: sommigen wilden begrotingsminister Guy Verhofstadt absoluut kwijt. Nu denk ik: we hebben toen een zware vergissing gemaakt. Ik had weerstand moeten bieden aan Boudewijn, ik had moeten zeggen: 'Nee, we gaan door met de liberalen!', tot daar Martens. Het zou uiteindelijk een regering worden die zal gelieerd blijven met de meest vernietigende corruptieaffaires, met de socialisten als hoofdrolspelers. Het toont ook aan hoe het Koningshuis onze politiek bepaald. Ik huiver bij de gedachte dat ooit een Filip koning zou worden. Eén van de belangrijkste wapenfeiten van Martens zou volgens Mark Eyskens, de grote sanering met de devaluatie van de frank in februari 1982, onder Martens V geweest zijn. Uiteindelijk zou dit niet meer zijn dan een opgelegde devaluatie door het IMF. Leo Tindemans verklaarde immers dat hij vóór de devaluatie, als voorzitter van de CVP, een discreet bezoek ontving bij hem thuis van het IMF, ( Internationaal Monetair Fonds). De boodschap van het IMF was duidelijk: volgens hen was de devaluatie van de Belgische munt onvermijdelijk en er was geen keuze. Na de regeringsonderhandelingen van Martens V heeft Tindemans aan Martens en De Clercq de boodschap van het IMF medegedeeld. De nieuwe minister van financiën Willy De Clercq werd stante pede ontboden in New York bij het IMF en kwam terug met de aankondiging dat de Belgische Frank zou devalueren met 8,5%. Nochtans had de PVV toen verklaard: "Met de liberalen wordt er niet geëvalueerd". Later werd verteld dat de de devaluatie voorbereid was tijdens de geheime gesprekken van Poupehan. Maar uiteindelijk lag de beslissing in Amerika en had België geen andere keuze. Ten laatste zijn er de persoonlijke problemen alsook de menselijke problemen die hij had in zijn eigen partij met de gebroeders Van Rompuy, Jean-Luc Dehaene, Leo Tindemans, Miet Smet en anderen. Om te eindigen een paar uitspraken van zijn collega's die verschenen in Knack van 5 april. Louis Tobback: 'Ik heb nooit van zijn stijl gehouden. Charles-Ferdinand Nothomb: 'Geen man van confidenties'. Herman Van Rompuy: 'Hij is te lang premier gebleven'. Karel Van Miert: 'Een man van zijn woord'. Hugo Schiltz: 'Wij waren schoonmoeders'. Wilfried Martens. De memoires. Luctor en emergo. Uitgeverij Lannoo. ISBN 90 209 6520 4 938 blz. €49,95. |
|
| © 2006 - Johan Slembrouck | |
| http://www.johanslembrouck.be/ http://www.slembrouck.eu/ |
|