zaterdag
17 februari
2007
Dagboek
Johan Slembrouck

Gewillig België

Op vraag van de Belgische Senaat verrichtte het SOMA (Studie en Onderzoekscentrum Oorlog en Maatschappij) een onderzoek naar de Belgische overheden en de vervolging en deportatie van joodse mensen tijdens W.O. I I. Het eindverslag werd overhandigd door SOMA-directeur Rudi Van Doorslaer op dinsdag 13 februari 2007 aan Senaatsvoorzitter Anne-Marie Lizin.


Op 1 september 2004 ging het SOMA van start met een onderzoeksproject. De doelstelling was de eventuele betrokkenheid na te gaan van de Belgische overheden in de vervolging en de deportatie van de Joodse bevolking tijdens de nazibezetting van België in de jaren 1940-1944. Om dit project te realiseren werden 4 gekwalificeerde onderzoekers (Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts, Nico Wouters) onder leiding van
Rudi Van Doorslaer aangeworven en werd een wetenschappelijk begeleidingscomité in het leven geroepen, samengesteld uit specialisten uit binnen- en buitenland. Het rapport (1116 bladzijden) wordt in boekvorm gepubliceerd bij  Meulenhoff - Manteau en wordt gepresenteerd op 8 mei.

Bij dit onderzoek zijn er toch enkele opmerkingen te maken, wat niets afdoet aan de geloofwaardigheid en degelijkheid van het onderzoek, alhoewel het voor historici weinig nieuws onder de zon brengt.

1. Er werd voor dit onderzoek een speciaal wetsvoorstel uitgewerkt dat het volgende stipuleerde (art. 2) : “Niettegenstaande enig andere wetsbepaling, kan het SOMA bij alle openbare overheden of bij privaatrechterlijke instellingen mededeling verkrijgen van alle gegevens en stukken die nuttig zijn voor de uitvoering, binnen een termijn van twee jaar ......". In de uitzending Morgen Beter van 14 februari verklaarde Marc Reynebeau:  "Gewone historici kunnen dezelfde ongekende toegang tot de bronnen niet krijgen". Historici hebben dit feit dan ook aangeklaagd in Le Soir en De Standaard.

2. Marc Reynebeau in dezelde uitzending: "Verhofstadt en Dewael hebben dit historisch onderzoek gedirigeerd. Zij willen extra aandacht trekken op ons extreem rechts verleden zodat ze dit vandaag kunnen inzetten als extra wapen tegen extreem rechts in Vlaanderen". Historicus Gie Van den Berghe verklaarde in dezelfde uitzending dat het onderzoek  dan ook tegen het Vlaams Belang is gericht.
Marc Reynebeau vond het ook fout dat de paarse regering door een politiek sturing van onderzoek de nadruk legt op bepaalde thema's en niet op andere thema's en onderzoek moet gebeuren aan de universiteiten en niet worden gestuurd door de politiek.

3. Het grootste deel van het onderzoek gaat over gemeenten en steden in Vlaanderen  en Brussel. Eigenaardig is dat over Waalse steden zoals Luik en Charleroi weinig valt te zeggen. In het rappot valt hierover te lezen: "In Luik en Charleroi vond de overdracht van archieven uit de periode 1930- 1950 naar het Rijksarchief slechts recent plaats en op een onverantwoorde manier en de
archieven van het Commisariat General van Groot-Charleroi eind jaren 1970 werden  verbrand". Er is een duidelijk onderscheid tussen het zuiden en noorden van het land.

4. In het rapport wordt de betrokkenheid na gegaan van de Belgische overheden in de vervolging en de deportatie van de Joodse bevolking tijdens de nazibezetting van België in de jaren 1940-1944. Vermelden  waard is dat het rapport stelt dat de Belgische regering, veilig in Londen, op geen enkel moment tijdens de oorlogsjaren had te kennen gegeven dat er door de overheden in bezet België moest worden bijgestuurd en dat de houding van de leidende ambtenaren en magistraten ongrondwettelijk en vanuit democratisch oogpunt verwerpelijk was !!

5. Erg om te lezen in het rapport is dat de toestand van bewaring en ontsluiting van vele, zo niet de meeste, van de archiefbestanden erbarmelijk is, die gegroeid is tijdens meerdere decennia aan verwaarlozing, een moderne democratische rechtstaat onwaardig is. Een democratie kan slechts functioneren wanneer, ook al is het op langere termijn, de bronnen die getuigen van haar activiteiten via wetenschappelijk onderzoek kunnen gekend en gecontroleerd worden door het publiek.

6. In zijn persmededeling zegt Guy Verhofstadt: "Ik wil in het bijzonder de Brusselse burgemeesters huldigen, die geweigerd hebben de gele sterren uit te delen" Zoals gewoonlijk bij Verhofstadt vertelt hij niet de volledige waarheid en vergeet te vermelden dat de Busselse burgemeesters wel vanaf november 1940 een randmelding "J" aanbrachten in de akten van de van joodse Brusselaars...

Bronnen:
- Uitzending Morgen Beter van 14 februari 2007.
- Inleiding en besluit van het eindverslag: Gewillig België, Overheid en Jodenvervolging in België tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Persbericht Guy Verhofstadt
- Herman Van Goethem (Hitlers gewillige beulen) in de Morgen van 16 februari 2007.


Keer terug naar de vorige pagina

© 2007 - Johan Slembrouck
www.johanslembrouck.be
 www.slembrouck.eu