
Karel De Gucht
een cynische leugenaar?
Het
ware gelaat van Karel Gucht komt nog maar eens naar boven. Naar
aanleiding van een interview in De Morgen van Walter Pauli met
Jean-Marie Dedecker en een wederwoord van Karel De Gucht
noemt Stef Goris Karel De Gucht een cynische leugenaar.
Hier woord en wederwoord zoals verschenen in de krant De Morgen.
De Morgen (ZENO) van zaterdag 5 januari, interview met Jean-Marie Dedecker.
Dedecker vertelde het volgende: "Karel
De Gucht is de hardvochtigste man die ik ooit in mijn leven heb
ontmoet. Ik vergeet het nooit: 's Nachts was mijn vader gestorven, maar
het was zo druk in de politiek dat ik de dag nadien verplicht was om
naar Brussel te komen. De Gucht wist van dat overlijden, maar het heeft
hem niet belet om mij die dag de huid vol te schelden en mij te
kleineren tot ik niet meer wist waar ik stond. Normaal kan ik tegen
een stoot, maar toen niet. En hij pakte me omdat hij wist dat ik
weerloos was. Die dag heeft hij me dieper gekwetst dan toen ik uit de
partij werd gezet. Hij zal dat zien als rechtlijnigheid, en er fier op
zijn ook. Ik noem dat onmenselijk."
Het wederwoord van Karel De Gucht in De Morgen van dinsdag 8 januari
Jean-Marie Dedecker liegt.
In
het Zeno-interview van zaterdag 5 januari met Walter Pauli zegt
Jean-Marie Dedecker dat ik hem,wetende dat zijn vader de avond ervoor
overleden was, de huid zou hebben volgescholden en hem zo gekleineerd
zou hebben dat hij niet meer wist waar hij stond. Die persoonlijke
aanval hoef ik niet te nemen. Ik weet zeer goed het persoonlijke van
het politieke te scheiden. Jean-Marie liegt, hij is een leugenaar.
Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken
Het wederwoord van Stef Goris in De Morgen van woensdag 9 januari.
De Gucht en Dedecker
De
gewezen voorzitter van de VLD, Karel De Gucht, noemt Jean-Marie
Dedecker een leugenaar, omdat hij het De Gucht zeer kwalijk neemt dat
die hem (Jean-Marie) verrot heeft gescholden op het partijbureau, net
toen zijn vader overleden was. Het toeval wil dat ik, samen met dertig
andere leden van het VLD-bureau de scheldtirade
van de
toenmalige voorzitter zelf heb meegemaakt. Die was niet alleen
kleinerend en onwaarschijnlijk grof, het was een voorzitter van
een democratisch geleide partij gewoon onwaardig.
Zelf heb ik
Jean-Marie in zijn antwoord toen horen zeggen hoe gekwetst hij was,
uitgerekend een dag na het overlijden van zijn vader. Maar dat heeft De
Gucht toen op geen andere ideeën gebracht. Zelf was ik daarvan
dagenlang onder de indruk en het is onder meer naar aanleiding van dat
incident dat ik de Open Vld de rug heb toegekeerd. Ik daag daarom
gelijk welk lid van het toenmalige VLD-partijbureau uit om mij tegen te
spreken over de waarachtigheid van dat incident. Maar ik geef toe dat
ik toen ook heb gezwegen, uit plaatsvervangende schaamte, wat niet
moedig was. Maar toen moest ik nog leven met de omerta, en met de angst
voor represailles van de top van de VLD.
Jean-Marie
Dedecker vertelt dus de waarheid over dit schandalige incident, dat
geen enkele toenmalige aanwezige met een beetje geweten ooit zou
kunnen vergeten. Karel De Gucht toont zich soms als groot politicus,
maar is in deze een cynische leugenaar.
Stef Goris, Lijst Dedecker
|