| woensdag 13 februeri 2008 |
Dagboek Johan Slembrouck |
|---|---|
Vlaamse Gordel rond Brussel is geen stadBart Laeremans (Vlaams Belang) stelt zich vragen* bij het idee van de creatie van een 'stadsgewest' in en rond Brussel. 'Het gevaar van deze constructie kan nauwelijks overschat worden.' Het kreeg tot op heden vrij weinig aandacht, maar een van de meest opmerkelijke nieuwigheden in de nota-Verhofstadt over de staatshervorming is de creatie van een zogenaamd 'stadsgewest' in en rond Brussel. Het zou gaan om een intensief samenwerkingsverband, opgezet tussen de drie gewesten om voor Brussel en zijn ruime ommeland een gezamenlijk economisch beleid uit te werken. 'Doel is het samen promoten van de regio in het buitenland, het gezamenlijk aantrekken van investeringen, het gemeenschappelijk aanpakken van het werkloosheidsvraagstuk en het uitwerken van oplossingen voor het mobiliteitsvraagstuk. Een dergelijk stadsgewest zal niet alleen Brussel ten goede komen, maar ook nieuwe kansen bieden aan de grote regio er rond', aldus Verhofstadt. Dit voorstel is veel minder onschuldig dan het lijkt. Het concept van stadsgewesten komt uit de sociaal-geografie. Leuvense professoren pakken hiermee recent opnieuw uit en willen aldus de economische verwevenheid aanduiden tussen stad en ommeland. In hun ogen heeft dit instrument geen politieke of staatkundige betekenis. Maar de Franstaligen gebruiken het sinds kort wel in die zin. In het novembernummer van het tijdschrift van de Union des Francophones-fractie van de provincieraad (verspreid op meer dan 100.000 exemplaren) lezen we op de voorpagina boven een artikel over de KUL-studie de triomfantelijke titel "Bruxelles compte 62 communes", met de daarbij passende commentaar: "Pourquoi donner des argument supplémentaires aux partis francophones dans leur volonté d'élargir la Région Bruxelloise". Ook voor Verhofstadt houdt zo'n stadsgewest duidelijk veel meer in dan het opzetten van een los samenwerkingsverband. Het dient een nieuw politiek beleidsniveau te worden dat Brussel en ruime omgeving moet laten uitgroeien tot 'een grote economische groeipool in Europa', naar het voorbeeld van de 'communauté urbaine' van Rijsel. Verhofstadt komt hiermee helemaal tegemoet aan de derde prijs die Charles Picqué in Le Soir van 19 november had geëist in ruil voor een splitsing: "J'ai trois exigences: le financement, l'élargissement et une gestion concertée de l'hinterland". Het stadsgewest komt er inderdaad op neer dat aan Brussel rechtstreeks zeggenschap wordt gegeven over zijn ruime omgeving. De Vlaamse Rand zou hiermee in belangrijke mate onttrokken worden aan het Vlaamse Gewest. Het gevaar van deze constructie kan nauwelijks overschat worden. Eigenlijk komt ze neer op een voorbode voor het opschuiven van de Brusselse grenzen. Op termijn zal dit stadsgewest immers haast vanzelfsprekend de ambitie hebben om samen te vallen met het officiële Brusselse gewest. Wanneer men aan dit gebied zowel op nationaal als internationaal vlak een eigen naam en identiteit schenkt, zullen de betrokken gemeenten en inwoners zich mettertijd steeds meer met dit stadsgewest vereenzelvigen. De Vlaamse gordelgemeenten worden op deze manier langzaam uit Vlaanderen losgeweekt. Afgezien daarvan moeten we ons dringend de vraag stellen naar de noodzaak en opportuniteit van een grootschalige en internationale promotie van de regio rond Brussel voor economische investeringen. Deze regio kent momenteel nauwelijks nog werkloosheid en de vele aanwezige bedrijven worden geconfronteerd met een steeds groter tekort aan arbeidskrachten. Nieuwe bedrijvenzones in de Vlaamse gordelgemeenten zouden al op korte termijn nieuwe, grootschalige migratiestromen richting Halle-Vilvoorde op gang brengen, terwijl de verfransing en internationalisering er vandaag al dramatische proporties aannemen. Bijkomende verstedelijking en 'verBrusseling' van de Vlaamse Rand mag dan ook geen optie zijn. Ook de Vlaamse regering moet haar beleid ter zake dringend herzien. We moeten er alles aan doen opdat de nieuwe economische investeringen de komende jaren zoveel mogelijk in Brussel zélf worden gelokaliseerd; het is daar dat het werkloosheidsprobleem zich momenteel voordoet en niet buiten Brussel. Natuurlijk mag en moet er samengewerkt worden tussen de gewesten inzake mobiliteit en ruimtelijke ordening. Zo zijn wij al jaren vragende partij voor de voltooiing van de Ring ten zuiden van Brussel, via ondertunneling. Het is de enige manier om een einde te stellen aan de structurele files rond de hoofdstad. Maar wegens allerlei kortzichtige redenen ontwijkt Brussel elk gesprek en durft Vlaanderen het debat niet aan te gaan. Het is niet door toe te geven aan de Brusselse expansiezucht en door Brussel te laten uitgroeien tot een supergewest dat we dit soort problemen zullen oplossen, wel integendeel. Er zijn in dit land al veel te veel politieke niveaus. De creatie van een extra beleidsniveau kan de institutionele verwarring alleen maar doen toenemen. En het kan niet zijn dat we de splitsing van BHV zouden betalen met een nog grotere macht van Brussel over Vlaams-Brabant. De belangrijkste bedoeling van deze splitsing is precies dat deze macht zou worden teruggedrongen. * Interview in De Standaard van 18 januari 2008 |
|
| © 2008 - Johan Slembrouck | |
| www.johanslembrouck.be www.slembrouck.eu ![]() |
|