woensdag
30 januari
2008
Dagboek
Johan Slembrouck

Jan Verroken 91 jaar.

Vandaag wordt Jan Verroken 91 jaar. Proficiat Jan. Voor de jongeren lezers hierna een paar feiten uit zijn politieke leven. Wie de kwieke Verroken wil bekijken kan dat hier in een vraaggesprek met TV Oudenaarde. Vermeldenswaard is dat Verroken op zijn negentigste nog startte met een weblog: “Herinneringen en meningen”. Een aanrader om te lezen. Spijtig genoeg moest hij einde vorig jaar afhaken wegens gezondheidsproblemen, een “haperingske”
noemde hij het.

Joannes Josephus (Jan) Verroken werd geboren op 30 januari 1917 te Melden. Melden is sinds januari 1970 een deelgemeente van Oudenaarde.
Van 18 mei 1940 tot begin juli 1940 zwierf hij door Frankrijk daar in België de jongeren werden opgeroepen om België te verlaten om in Frankrijk te gaan deel uitmaken van een reserveleger. Terug in België zette hij zijn studies verder in Leuven en studeerde in 1941 af als licentiaat in de Germaanse filologie.

In 1943 huwde hij met Germaine Verhamme en verbleef deeltijds in Leuven en Ronse waar hij tot 1946 Nederlands en Engels gaf in het technisch instituut “Depoorter”.

Als jong journalist bij het weekblad “De Ronsenaar” volgde hij in 1945 het proces van 
Leo Vindevogel, volksvertegenwoordiger en oorlogsburgemeester van Ronse. Na het proces en de veroordeling tot “de dood met de kogel” gaf Verroken een brochure uit die het volledige verslag van de debatten bevatte, gebaseerd op deels zijn eigen nota’s en een stenografisch verslag van één van de secretaressen van Vindevogels advocaten.  Het was niet evident om toen in het vergiftigde naoorlogse klimaat van Ronse dit aan te durven. De drieduizend exemplaren werden op één dag verkocht.

Bij de oprichting van de CVP in 1945 werd hij arrondissementeel secretaris en in 1946 met veel tegenzin nationaal propagandist van de CVP. In 1947 was hij, op voordracht van de drie cultuurfondsen, gewestelijk afgevaardigde van de minister van economische zaken voor de controle van de volkstelling, inclusief talentelling.

In 1949 nam Verroken voor de eerste maal deel aan de parlementsverkiezingen voor de Kamer in het arrondissement Oudenaarde-Ronse. Hij was kandidaat op een CVP lijst met toen een Vlaamse en Franstalige vleugel. Hij behaalde van op de tweede plaats 11.688 voorkeurstemmen maar werd door het lot van de apparentering niet verkozen. Tijdens de volgende verkiezingen van 4 juni 1950 werd de toen 33 jarige Verroken dan toch verkozen met 15.603 voorkeurstemmen. Verroken was lid van de Kamer (1950-1981), voorzitter van de Kamerfractie van de Christelijke Volkspartij CVP (1966-1969), ondervoorzitter van de Kamer (1971-1979), rechtstreeks verkozen Europees parlementslid (1979-1984), burgemeester (1983-1988) en daarna opnieuw gemeenteraadslid van Oudenaarde.

Kort na zijn maidenspeech in het Parlement wordt hij als inwoner van de taalgrensgemeente Ronse en vertrouwd met de taalproblematiek aangezocht om deel uit temaken van het “Harmelcentrum”. Hier speelt hij een actieve rol en motiveert zijn partij om zich in te zetten voor de vernieuwing van de taalwetgeving, de vastlegging van de taalgrens, de zetelaanpassing en de culturele autonomie. In 1962 werd Verroken in de commissie van binnenlandse zaken aangesteld als verslaggever voor het ontwerp “Arthur-Gilson”. Dat ontwerp resulteerde onder meer in de overheveling van Komen-Moeskroen naar Henegouwen en van de Voerstreek naar Limburg.

In 1960 wordt hij de drijvende kracht in de Groep der Acht, een groep CVP-leden uit Kamer en Senaat die een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van het rampzalige taalcompromis van Hertoginnedal in 1963. Verroken zegt hierover: “Hertoginnedal heeft ter zake niets opgelost. Integendeel de Staatslieden hebben er alleen een nieuw probleem bijgemaakt ,waar ook België geen deugd aan beleefd  heeft? Ze hebben er niet alleen een nieuw probleem bijgemaakt, ze hebben ook de goede Vlaams Waalse relaties verstoord? Waarom? Om het Vaderland te redden?

In maart 1969 werd Verroken fractievoorzitter van de CVP Kamergroep. Het was toen het  hoogtepunt van de onenigheid rondom de overheveling van de Franse afdeling van de Leuvense universiteit. In december 1965 hadden de Vlaams CVP fracties zich uitgesproken vóór de overheveling van Leuven-Frans naar Wallonië, op dezelfde vergadering werd Verroken opgedragen om hiervoor een wetsvoorstel op te maken en in te dienen.
Zijn wetsvoorstel berustte op de taalwetgeving van 1963, het toepasbaar verklaren van de taalwet op het hoger en het universitair onderwijs en vermits Leuven door diezelfde wetgeving ondubbelzinnig tot het homogene Nederlandstalige gebied behoorde was er geen enkele reden om de Franstalige afdeling in Leuven te houden. Uiteindelijk werd zijn wetsvoorstel in 1966 in Kamer en Senaat nipt verworpen. De Leuvense kwestie ging van kwaad naar erger. Op 6 februari 1968, zwarte dinsdag, toen in alle Vlaamse provincies de scholieren betoogden voor LEUVEN VLAAMS zal Jan Verroken, als fractievoorzitter van de CVP, de regering interpelleren over de kwestie. Zijn bedoeling was NIET om de regering te doen vallen, hij eiste een formele overhevelingverbintenis van de regering en een klare uitspraak van het parlement. De toenmalige premier Van den Boeynants antwoordde niet dezelfde dag maar ’s anderdaags bood hij het ontslag van zijn regering aan de Koning aan. Zo werd Verroken “le tombeur de VDB” iets wat hij eigenlijk niet had gewild.

Op 19 juni 1969 nam Verroken ontslag als fractieleider omdat de regering van Gaston Eyskens een beslissing inzake de economische status van de zes randgemeenten met faciliteiten verdaagde. De CVP fractie had expliciet via een amendement geëist dat de 6 faciliteitengemeenten ook tot  het bevoegdheidsgebied van de Gewestelijke Economische Raad zouden behoren. Op aandringen van Gaston Eyskens werd het amendement door de CVP fractie weer ingetrokken. Dat was er teveel aan voor Verroken.

Op 25 mei 1977 werd het Egmontpact in het Egmontpaleis ondertekend. Opnieuw zou Verroken de krantenkoppen halen, nu  met zijn kruistocht tegen het pact, volgens Verroken een “ding” vol met dwaasheden. De eerste contouren over het pact werden door premier Leo Tindemans aan de pers medegedeeld in de morgen van dinsdag 24 mei 1977. Verroken vroeg op het CVP hoofdkwartier een kopie van de akkoordtekst. Die was er niet of wou men hem niet geven (tjevenstreken?). Op zijn terugweg naar huis ging hij langs bij de redactie van de Gazet van Antwerpen. Op een listige manier verkreeg hij van redactiechef Karel de Witte een kopij van de Egmonttekst met de mededeling dat er een absoluut embargo op de tekst rustte. Meermaals zou hij van op de tribune in de Kamer zijn ongenoegen uitten over het Egmontpact. Toen het pact uiteindelijk werd gestemd in de bevoegde Kamercommissie stemde Verroken tegen. Uiteindelijk zou premier Tindemans op een opmerkelijke manier het ontslag van zijn regering indienen, meteen het einde van het Egmontpact.

In 1983 stapte Verroken in de gemeentepolitiek van Oudenaarde en werd er verkozen tot  burgemeester. In 1988 besloot hij uit de hem nauw aan het hart liggende CVP te stappen, hij voldeed volgens de CVP normen niet meer aan de leeftijdsvoorwaarden. Hij kwam op met zijn eigen onafhankelijke partij en werd verkozen tot gemeenteraadslid.

Om te eindigen deze uitspraak van Jan Verroken: “bij POLITIEK is het als bij LIEFDE, men gebruikt beide woorden voor het mooiste en voor het smerigste". Vandaag zeker waar.

Jan het ga je goed…

Bronnen:
Weblog Jan Verroken
Jan Verroken, van Harmelcentrum tot Hertoginnedal, door Willy Jonckhere. Uitgave van Oranje-De Enhoorn, 1992.
Het proces Vindevogel, uitgave Davidsfonds en Taal Aktie Komitee, 1994.
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, uitgave Lannoo, 1998.
Foto: Jan Verroken fulmineert tegen het Egmontpact op het CVP congres op 28 mei 1977.



Keer terug naar de vorige pagina
Keer terug naar de hoofdpagina

© 2008 - Johan Slembrouck
www.johanslembrouck.be
 www.slembrouck.eu