Dirk gaat met pensioen.
Na
42 jaar gewerkt te hebben, bij dezelfde werkgever, gaat Dirk binnenkort
op zijn zestigste met pensioen. Dirk diende bij zijn gemeente een
pensioenaanvraag in bij de RVP, de Rijksdienst voor Pensioenen in de
Zuidertoren. Later ontving hij een schrijven dat de RVP zijn
pensioenrecht zou onderzoeken en dat Dirk daarvoor nog enkele
inlichtingen moest verschaffen. De verlossende brief: Dirk, U hebt uw
rustpensioen als werknemer aangevraagd. Dit is een pensioen gebaseerd
op uw eigen
tewerkstelling als werknemer en werd berekend aan het bedrag als
alleenstaande (omdat uw vrouw over een inkomen beschikt) voor een
loopbaan van 41/45 en u hebt recht op een maandelijkse bruto vergoeding
van 1.734 euro. Had Dirk op zijn vijfenzestigste met pensioen gegaan dan kreeg hij bruto 1.873 euro. Dirk zijn werkgever heeft met een eigen pensioenfonds gezorgd dat hij op zijn zestigste een bedrag ontvangt van 271.000 euro.
Van het maandelijks bruto bedrag van 1.734 euro zal Dirk maandelijks een bedrag ontvangen van 1.373 euro.
Bij een eenmalige uitbetaling van zijn extra-legaal pensioen van
271.000 euro zal Dirk na afhouding van Riziv bijdragen (3,55%), een
solidariteitsbijdrage (2%), personenbelasting (16,5%) en gemeentelijke
opcentiemen een netto som ontvangen van 211.000 euro.
Pech voor Dirk, van het gespaarde geld voor zijn extra-pensioen, de
tweede pijler waar politici het zo graag over hebben, gaat 22% percent terug naar de Staatskas,
60.000 euro of 2.420.000 oude Belgische frankskes. Dit is pure
diefstal! Bij een maandelijkse uitkering wordt dat bruto 1.700 euro.
Dirk en zijn werkgever hebben gedurende zijn loopbaan maandelijks 16,36% van
het brutosalaris via de sociale zekerheidsbijdragen voor Dirk zijn
pensioen afgedragen, daarvan komt 7.5% van Dirk en 8.86% van
zijn werkgever. Op een brutosalaris moeten werknemer en werkgever
samen maandelijks 46,04% tot 47,74% afdragen aan sociale zekerheidsbijdragen (naargelang het aantal werknemers). In de
privésector is het vandaag zo dat een inkomen boven 47.171 euro per
jaar (maximum loon voor de berekening van het pensioen) niet meetelt in
de individuele pensioenberekening maar dat de sociale
zekerheidsbijdragen boven 47.171 euro per jaar wel onverminderd
doorgaan, van misbruik gesproken. Het grensbedrag van het forfaitair
loon waarboven er geen rekening meer wordt gehouden met het inkomen voor het bereken van het pensioen, zou daarom moeten worden afgeschaft.
Met
de huidige cijfers zou men er van kunnen uitgaan dat Dirk en zijn
werkgever na 41 jaar een 300.000 euro hebben bijgedragen voor het
pensioen van Dirk. Veronderstel dat Dirk op zijn tachtigste naar het
hiernamaals op reis gaat zou hij gedurende twintig jaar van die
bijdrage maandelijks 1.250 euro kunnen ontvangen. Zonder rekening te
houden met de eventuele intresten dat het belegde kapitaal zou hebben
opgebracht.
Wat heeft Dirk op zijn zestigste geleerd?
1.
Het gevolg van jaren wanbeleid door onze politici is dat het wettelijk
pensioen (eerste pijler), d.w.z. het pensioen door repartitie waarbij
de huidige actieve bevolking voor de huidige gepensioneerden
bijdragen, onvoldoende is. 2.
Jarenlang was de pensioenpolitiek en eigenlijk heel het sociale
zekerheidsbeleid, dagjespolitiek. Het resultaat is dat de pensioenen en
andere sociale uitkeringen langzaam afgetakeld zijn. Een gebrek aan een
langetermijnvisie, het nep-Zilverfonds en andere politieke sprookjes
hebben ervoor gezorgd dat de sociale zekerheid geen zekerheid meer
geeft, maar vooral onzekerheid. 3.
Een pensioenstelsel is er om mensen de zekerheid te geven dat door
bijdragen te betalen, werknemers in hun oude dag hoe dan ook een deftig
inkomen hebben. Daarom een nieuw pensioencontract voor elke jongere.
Geef wie de arbeidsmarkt op stapt het recht om samen met zijn werkgever
een geïndividualiseerd pensioen op te bouwen. De sociale bijdragen
vloeien niet meer naar de staatskas maar de bijdragen worden gestort op
een individuele rekening en het kapitaal wordt belegd en bij
pensionering worden lijfrenten of een kapitaal uitbetaald. 4.
Stop de fabeltjes over langer werken. Iedereen kan op pensioen na 42
jaar bijdrage voor zijn/haar pensioen. (Schoolplicht 18 jaar) of
vanaf zijn/haar vijfenzestigste. 5.
Politici: verlaag drastisch de fiscale druk, verhoog drastisch de
bestaande pensioenen, door een veel spaarzamer en efficiënter bestuur.
U kan bijvoorbeeld afschaffen: Senaat, kabinetten, intercommunales,
provincies en arrondissementscommissarissen. Zorg voor een veel
efficiëntere administratie door veel minder wetten. Reduceer ook uw
grabbelen in de ton van de overheid: minder staatstoelagen voor de
partijen en minder gesubsidieerde partijgetrouwen in de parlementen.
Als de belastingdruk hier daalt tot de gemiddelde belastingdruk van
alle OESO-landen in 2008, daalt hij met 32 miljard euro. Fatsoenlijke
pensioenen betalen kan dus, met minder lasten. Meteen verhogen we ook
onze concurrentiepositie. 6. Stop de diefstal van de belasting op het extra-legaal pensioen.
|